Regeringscommissie-Meijdam onderschat risico’s aardbevingen

De door minister Kamp ingestelde commissie-Meijdam onderschat de gevaren van aardbevingen door de gaswinning. Door het gebruik van eigenaardige redenaties doet deze commissie het voorkomen alsof de risico’s wel meevallen. Op 21 november komt de commissie in Bedum om te praten met betrokkenen. Ik behoor tot de genodigden en heb ter voorbereiding dit openbare artikel gemaakt, waarin ik enkele kwesties kort bespreek.

Drie vragen vooraf aan de commissie
1. Vanaf medio 2012 tot 25 oktober 2015 zijn 53.710 schademeldingen binnengekomen, waarvan 42.346 zijn erkend door de NAM.(1) Ik ken geen enkele andere Nederlandse industrie die jaarlijks met instemming van de regering schade aan duizenden huizen mag veroorzaken. Waarom is dit toelaatbaar? Is deze gang van zaken normaal en zo ja waarom?

2. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft in 2013 uitgerekend hoe groot het groepsrisico is voor de omgeving van Huizinge. De uitkomst: het risico (bijvoorbeeld voor schoolkinderen) is 89 keer te hoog in vergelijking met wat de overheid elders in Nederland toestaat.(2) Het SodM acht de inschatting van het groepsrisico urgent.(3) Waarom is zo’n hoog risico al die tijd toegestaan? Hoe hoog is volgens u het groepsrisico?

3. De Groningers kunnen naar mijn mening alleen dan een oordeel geven over risico´s wanneer rapporten van overheden of overheidscommissies in begrijpelijk Nederlands geschreven zijn. De twee adviezen van de commissie-Meijdam zijn voor een breder publiek niet toegankelijk, is mijn stelling. Onderschrijft de commissie deze stelling? Zo nee, waarom niet en zo ja, welke gevolgen heeft dat voor het taalgebruik in uw eindadvies?

Enkele kwesties aangestipt
De commissie heeft op 23 juni jl. een eerste advies uitgebracht over een “redelijke, rechtvaardige en realistische omgang met de risico’s van de aardgaswinning.”(4) Volgens de commissie “bieden feitelijke metingen een betere basis voor het trekken van conclusies” dan “technisch modelmatige berekeningen.” De feiten zijn volgens de commissie dat er de laatste 10 jaar gemiddeld zo’n 20 aardbevingen per jaar sterker waren dan 1.5 op de schaal van Richter. Ook zou het bijna stopzetten van de gaswinning rondom Loppersum op termijn tot minder bevingen leiden.
Dit zijn de feiten waarop de commissie zich baseert. En dat roept nogal wat vragen op.
De commissie baseert zich op feitelijke waarnemingen en niet op modellen, maar hoe kan de commissie dan uitspraken doen over wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren? Welke garanties geven de resultaten uit het verleden voor de toekomst? De redenering van de commissie lijkt mij vergelijkbaar met: de afgelopen tien jaar ben ik niet gestorven en daarom gebeurt dat de komende tien jaar ook niet. Waarom neemt de commissie het gemiddelde over de afgelopen 10 jaar, terwijl van 2011 t/m 2014 gemiddeld 24 aardbevingen per jaar sterker waren dan 1.5 op de schaal van Richter? Deze vragen heb ik aan de commissie gesteld, maar ik heb daarop geen antwoord gekregen.
Het tweede advies is verschenen op 5 november 2015.(5) Daarin geeft de commissie aan dat “het verleidelijk (is) om alle onzekerheden te verdisconteren in de veiligheidsnormen. Door deze normen heel streng te maken wordt de kans immers nihil dat risico’s worden onderschat.” De commissie wil de normen echter niet al te streng maken en stelt: “ Een uniforme normering waarin alle onzekerheden zijn verdisconteerd, ontneemt inwoners de mogelijkheid om zelf een afweging te maken ten aanzien van de onzekerheid over de risico’s.”
Deze redenering gaat ervan uit dat inwoners zelf op de hoogte zijn van risico’s. Dat veronderstelt dan weer dat de beschikbare rapporten voor een breed publiek beschikbaar en toegankelijk zijn. Dat is niet het geval. Een voorbeeld uit dit advies van de commissie-Meijdam. De commissie gebruikt een kaart van het KNMI over de grondversnellingen (de zogeheten PGA-kaart) als maat voor de risico’s die mensen lopen in huizen of gebouwen.
Ik heb navraag gedaan bij het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), dat in opdracht van de regering toezicht houdt op de aardgaswinning. Mijn idee is dat het SodM als toezichthouder de KNMI-kaart zou moeten goedkeuren. Dat is echter niet gebeurd.
Er is ook een model van de NAM.(6) Dit model heeft volgens Deltares grote steun bij kenners, is gebaseerd op veel kennis van de ondergrond, houdt rekening met het meest recente winningsplan en is het meest geavanceerd. Over het KNMI-model stelt Deltares: “Op basis van behaalde resultaten in het verleden worden uitspraken gedaan over de toekomst (voorspellingen). Dat kan onterecht zijn, zeker als het winningsplan wordt aangepast. De bruikbaarheid voor geïnduceerde aardbevingen is daarom omstreden. Houdt geen rekening met gedrag ondiepe ondergrond.”(7)

De vraag is dan waarom de commissie-Meijdam kiest voor het model van het KNMI en niet voor het model van de NAM. Is de verklaring dat de heer Evers van het KNMI tevens lid is van de commissie-Meijdam?
Joost Walraven, voorzitter van de NPR-werkgroep, noemt het gebruik van de omstreden KNMI-kaart door de commissie-Meijdam en Hans Alders “niet handig”. Walraven geeft aan dat het gebruikte model en de PGA-kaart van grote betekenis is: “Die bepaalt hoeveel gebouwen je moet aanpakken, hoe je ze moet versterken en waar. Een klein verschil in de getallen kan miljoenen, zo niet miljarden euro’s schelen.(8)
Kiest de commissie-Meijdam voor de oplossing die voordelig is voor de regering en de NAM, maar onvoordelig voor de Groningers? Het lijkt erop, maar ik laat mij graag overtuigen van het tegendeel.
De kaart geeft volgens de commissie-Meijdam een maximum aan: “Als nieuwe aardbevingen leiden tot grondversnellingen die de PGA-waarden van de vastgestelde PGA-kaart overschrijden, dan moet de gaswinning op die locaties worden verminderd. Op deze wijze worden onzekerheden niet langer afgewenteld op de inwoners van Groningen.”
Kortom, hier geldt: “Als het kalf verdronken is dempt men de put.” De commissie geeft ten onrechte de indruk dat de risico´s niet op de Groningers worden afgewenteld. Pas als na een aardbeving de eerste doden vallen, zal de commissie voorstellen om minder gas uit de grond te halen. Dat vind ik geen “redelijke, rechtvaardige en realistische omgang met de risico’s van de aardgaswinning.”

(1) http://feitenencijfers.namplatform.nl/schadeafhandeling/.
(2) http://www.sodm.nl/sites/default/files/redactie/risico%20analyse%20aardgasbevingen%20groningen.pdf
(3) https://www.sodm.nl/publicaties/overige-publicaties/rapport-advies-sodm-seismisch-risico-groningenveld.
(4) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2015/06/24/aanbieding-rapporten-gaswinning-groningen-en-toestemming-voor-uitnodigen-sodm-en-commissie-meijdam-voor-technische-briefing.
(5) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/11/03/tweede-advies-commissie-omgaan-met-risico-s-van-geinduceerde-aardbevingen.
(6) http://feitenencijfers.namplatform.nl/downloadfile/8b6f2ff1-b98e-4148-a1db-bf06881579e5?open=true
(7) http://www.nationaalcoordinatorgroningen.nl/meerjarenprogramma/documenten/rapporten/2015/november/5/deltares-rapport-14082015,, Deltares rapport: “Aardbevingen Groningen: naar een methode voor risicogebaseerd prioriteren versterkingen”, p 23.
(8) http://www.cobouw.nl/artikel/1604706-conflict-over-versterkingsopgave-groningen, 10 november 2015.

hdamveld@xs4all.nl'

Auteur: Herman Damveld

Herman Damveld woont in Groningen en is zelfstandig onderzoeker en publicist over energie. Vanaf 1976 houdt hij zich bezig met plannen voor ondergrondse opslag van kernafval. Hij heeft daar veel over gepubliceerd. In 1996 kwam hij ook rapporten tegen over ondergrondse opslag van CO2 en ziet veel overeenkomsten tussen hoe de overheden omgaan met kernafval en met CO2. De zonnepanelen van Damveld maken meer stroom dan hij gebruikt en hij is dus stroomproducent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.