Verkorting gevaarperiode kernafval illusie

In een kerncentrale ontstaan door het kernsplijtingsproces veel verschillende radioactieve stoffen. Sommige verliezen na korte tijd hun radioactiviteit, maar bij anderen duurt dat honderdduizenden jaren. Deze langlevende stoffen zijn bepalend voor het risico op lange termijn. Als het nu mogelijk zou zijn de langlevende radioactieve stoffen om te zetten in kortlevende, zou het kernafval nog maar bijvoorbeeld 700 tot 1500 jaar gevaarlijk blijven. Dan zou dus ergens tussen het jaar 2710 en 3510 onze zorg voor het kernafval op kunnen houden.

Al vanaf de jaren ’70 doen voorstanders van kernenergie het voorkomen of de techniek van verkorting van de gevaarperiode (of ook wel ‘levensduurverkorting’ genoemd) van kernafval al bestaat of binnenkort verkrijgbaar zal zijn. De werkelijkheid is echter geheel anders. Volgens het hoofd van de afdeling Nucleaire Ontwikkeling van het Nucleaire Energie Agentschap (NEA) te Parijs in april 2009 duurt het “nog minstens dertig jaar voor de technologie voor de verkorting van de gevaarperiode van het kernafval op enige schaal praktisch toegepast kan worden. Voor het zover is, moet nog veel onderzoek gebeuren.”

We zijn dan op z’n vroegst in 2040. Het proces zelf, de daadwerkelijke verkorting van de gevaarperiode, vergt minstens 40 jaar. In het gunstigste geval zijn we dan in het jaar 2080.

Snelle kweekreactoren nodig

Deze omzetting kan met name in snelle kweekreactoren, een type reactor zoals gepland was in Kalkar. Die kweekreactor is in de jaren ’90 na een investering van enkele miljarden euro’s omgebouwd tot pretpark, omdat het kweekproces onrijp en te duur was. We krijgen dan de absurde situatie dat er ergens een Kalkar-centrale gebouwd moet worden om de langlevende radioactieve stoffen van de kerncentrales Borssele en Dodewaard te behandelen. Verkorting van de levensduur van kernafval gaat dus gepaard met de bouw van nieuwe kerncentrales.

Ook minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft twijfels bij de levensduurverkorting, blijkt uit een brief van 11 februari 2011 aan de Tweede Kamer, waarin hij schrijft: “Wellicht komen in de toekomst technieken beschikbaar om bestraalde splijtstof zodanig te bewerken dat langlevende componenten uit het afval kunnen worden afgescheiden (“partitioning”) en vervolgens bewerkt (“transmutation”), zodat de levensduur van dat afval kan worden verkort. Dergelijke technologie komt naar verwachting de komende decennia niet commercieel beschikbaar.”

Behalve al deze problemen die eerst nog maar eens opgelost moeten worden, gaat deze technologie sowieso niet op voor al het tot nu toe geproduceerde hoogradioactieve kernafval van de kerncentrales Borssele en Dodewaard, omdat het, na opwerking, in glas is ingesmolten. Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie omschreef dit op 11 mei 2011 als volgt in een brief aan de Tweede Kamer: “Daarnaast is het zo dat het al bestaande en bij COVRA opgeslagen hoogradioactieve verglaasde afval niet meer voor levensduurbekorting in aanmerking komt. Voor dit afval zal eindberging noodzakelijk blijven.”

Kortom, deze technologie geeft geen oplossing voor het probleem dat er nu al is.

Ook daarom geen kernenergie
Benieuwd naar de andere 16 argumenten tegen kernenergie in Nederland? Lees ze via deze pagina allemaal, of download ze als PDF inclusief alle bronnen.


Let op: vernieuwde versie van “Ook daarom geen kernenergie” online:
18 argumenten tegen kernenergie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *