Gerommel bij het Gasberaad en bij Hans Alders

Tot nu toe lagen de burgemeesters van De Marne en Delfzijl onder vuur vanwege hun deelname aan een onderzoek van de Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders. Maar nu blijkt dat ook Merijn Wienk van de Groninger adviesorganisatie Libau hierin een belangrijke rol speelt. Volgens een insider is Wienk “mede de oorzaak van het duperen van vele beschadigde burgers in onze provincie.”

Er is veel gedoe over een onderzoek van Witteveen en Bos, waarin geconcludeerd wordt dat schade aan 1600 huizen in de zogeheten buitengebieden niet door aardbevingen veroorzaakt kan zijn. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) Hans Alders omarmde dat onderzoek en verwees ook graag naar de instemming die hij heeft gekregen van een begeleidingscommissie met onder meer de burgemeesters van De Marne (Koos Wiersma) en Delfzijl (Gerard Beukema). Deze burgemeesters kwamen vervolgens onder vuur te liggen. Maar ook het Gasberaad maakte deel uit van die begeleidingscommissie in de persoon van Merijn Wienk, werkzaam bij Libau, een bedrijf dat zichzelf omschrijft als “dé onafhankelijke adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit en cultureel erfgoed in Groningen en Drenthe.”

Heeft het Gasberaad via de persoon van Merijn Wienk ook ingestemd met het rapport van Witteveen en Bos? Dat wilde ik uitzoeken en zo stuitte ik op verschillende visies. Alders presenteerde op 10 mei in Groningen de heer Wienk als vertegenwoordiger van het Gasberaad. Daarop kreeg hij kritiek en een dag later, op 11 mei in Middelstum, deelde Alders mee dat Wienk op persoonlijke titel had deelgenomen aan de begeleidingscommissie. Volgens Susan Top, secretaris van de samenwerkende maatschappelijke groeperingen in het Gasberaad, heeft zij Wienk afgeraden om deel te nemen aan de begeleidingscommissie. Ze zegt dat Wienk er op persoonlijke titel in zat. Deze lezing werd op 19 mei bevestigd door Jan Kamminga, de voorzitter van de maatschappelijke stuurgroep van de NCG.
Daarom vroeg ik aan Wienk hoe hij het zelf ziet. Op 17 mei schreef Wienk mij dat hij “namens het Gasberaad in de begeleidingscommissie zat van het rapport van Witteveen en Bos.” Dat wordt dus door drie bronnen ontkend. Dat is des te problematischer omdat een insider mij schreef dat “de heer Wienk in de Begeleidingscommissie van de NCG (…) mede de oorzaak is van het duperen van vele beschadigde burgers in onze provincie.” Tegelijkertijd stel ik dan de vraag of Libau wel een onafhankelijke adviesorganisatie is.

Nu houd ik ervan om zaken correct op te schrijven met ook de bronvermeldingen erbij. Maar in dit geval stuitte ik op tegenstrijdigheden die niet op te lossen zijn. Ook kreeg ik in mijn onderzoek e-mails waaruit ik citeer zonder de bron te mogen vermelden. Helaas is het hier in Groningen zover gekomen dat ik bronnen moet beschermen.
Op 15 mei om 10 uur heb ik Hans Alders in zijn functie als NCG gevraagd welke personen in de begeleidingscommissie zitten en hoeveel geld dat allemaal kost, maar zijn woordvoerders hadden op 20 mei niet geantwoord, hoewel ik als uiterste datum 19 mei genoemd had. Dit artikel is dan ook een voorlopige versie. Hopelijk krijg ik nadere berichten zodat ik eenduidig antwoord kan geven op de verschillende kwesties.

En nogmaals helaas, hier blijft het niet bij. De TU Delft doet namelijk in opdracht van Alders onderzoek naar de oorzaken van schades aan woningen en gebouwen in en aan de randen van het aardbevingsgebied, ook daar waar aardbevingen niet de enige oorzaak kunnen zijn. Een bron schreef mij: “Ik ben bang dat dit onderzoek wel heel erg goed uitkomt voor Alders. Bij zijn aantreden heeft hij al gezegd dat de contouren veel kleiner waren dan gedacht. Dat stuitte toen op heel veel verzet en Alders heeft het teruggenomen, maar door dit soort onderzoeken zijn ze wel bezig om de contouren stapje voor stapje kleiner te maken. Eerst de zogenaamde buitengebieden, dan de randgebieden.” Immers, zo staat het in een brief van de TU Delft: “De TU Delft gaat een aantal gevallen in de randen van aardbevingsgebied nader tegen het licht houden. Ze willen een aantoonbaar patroon ontdekken. Daarvoor hebben ze uiteraard inzicht nodig in de bestaande gegevens om die te kunnen beoordelen.” De hierboven aangehaalde bron schreef dan ook: ”Een soortgelijke opzet heeft Witteveen en Bos ook in Emmen uitgevoerd en aangezien ze geen patronen konden ontdekken was dat in hun ogen mede het bewijs dat de schade niet door de aardbevingen kon komen.”
Er is dus een begeleidingscommissie met onder meer het ministerie van Economische Zaken, de NAM en de Gasunie, evenals de burgemeesters Wiersma en Beukema. Ook Wienk zit daarin, schreef hij op 17 mei: “Ik vertegenwoordig het Gasberaad in deze Begeleidingscommissie.” Maar wanneer is hij voorgedragen door het Gasberaad? Daarop geeft hij geen antwoord op. Susan Top liet op 19 mei weten: “Helaas kan ik geen officiële stukken vinden waarin expliciet staat dat de heer Wienk op persoonlijke titel in de commissie zat, noch dat hij deelnam, voorgedragen door en namens het Gasberaad.”

Daarnaast is het opmerkelijk dat het ministerie van Economische Zaken in de begeleidingscommissie zit. Alders staat namelijk op de loonlijst van dit ministerie. In feite zit zijn baas in de begeleidingscommissie. Hoe onafhankelijk kan het onderzoek dan nog zijn? Bovendien hebben niet alleen dit ministerie en de NAM, maar ook genoemde burgemeesters en de heer Wienk de Groningers laten zakken. Dat belooft bij voorbaat niet veel goeds.
Behalve deze commissie is er ook een klankbordgroep met volgens Alders vertegenwoordigers uit Woldendorp, Onderdendam, Niehove, Oldehove, Grijpskerk, Veenkoloniën/Borgdam en Scheemda. Vanuit Woldendorp zit Pieter Stapel in die klankbordgroep. Een gedupeerde die te maken heeft met een totaal kapot huis, vroeg aan Stapel onder meer wat de onderzoeksvragen zijn. Hij antwoordde op 26 maart.: “De vragen zijn geformuleerd door de klankbordgroep en zijn goed doordacht.” Kortom, gedupeerde hoeft niet te weten wat er onderzocht gaat worden.

En het wordt nog erger. Gedupeerde vroeg ook hoe men nu nog kan aantonen dat de schade niet door de gaswinning komt, want er is geen nulmeting. Stapel antwoordde: “Nulmeting is er wel degelijk! 4,5 jaar geleden was er zo goed als niets aan de hand!” Maar als er bijna vijf jaar geleden niets aan de hand was, dan is het toch duidelijk dat de schade door de gaswinning komt, dus waarom is dan onderzoek nodig? Daar gaat Stapel niet op in en ook verschillende specifieke vragen die ik hem stelde beantwoordde hij niet.
Een betrokkene schreef me over Stapel: “Ik bel regelmatig met hem, maar heb soms het gevoel tegen dovemansoren te spreken.” Het is niet te hopen dat alle leden van de klankbordgroep zich zo opstellen als de heer Stapel, want dan keert de klankbordgroep zich tegen de burgers.
Welk onderzoek doet de TU Delft nu precies? Daarover vinden we geen uitgebreide informatie op de website van de NCG. Wel weet ik dat ook TNO hierin een rol speelt. Ik heb namelijk een aardbevingssensor in mijn huis, ook wel trillingsopnemer genoemd, die geplaatst is door TNO. Ik kreeg hierover op 12 mei een brief van TNO met de datum 21 april. TNO is namelijk van plan om de gegevens van de sensoren ter beschikking te stellen aan de TU Delft. Dat riep bij mij de vraag op wat de precieze bijdrage kan zijn van de sensorgegevens aan het onderzoek.

Aan Tim Dijkmans, Project Manager Structural Reliability van TNO stelde ik op 18 mei onder meer de vraag wat de resultaten van de trillingsopnemer in mijn huis zeggen, zonder dat bekend is hoe de kwaliteit van mijn huis is en of de ondergrond daarvan in kaart is gebracht. Hij stelde: “De resultaten van de trillingsopnemer geven slechts de trillingsniveaus in uw eigen huis op het niveau van de fundering. Dat zegt niets over de reactie van uw huis (wel of geen schade) op die trilling. Om die relatie te leggen is onderzoek naar trillingsniveaus in combinatie met schadeopnames nodig. In dit onderzoek wilden we de relatie tussen trillingsniveau (met de bijbehorende onzekerheid) en afstand tot het epicentrum van een aardbeving bepalen.” Kortom, er is meer kennis nodig dan uitsluitend de gegevens van de trillingsopnemer om te bepalen of er schade mogelijk is door een aardbeving. Op de vraag naar het verschil met het onderzoek van Witteveen en Bos antwoordde Dijkmans: “Het onderzoek van de TU Delft loopt nu nog. Wat het verschil zal zijn met de studie van Witteveen en Bos kan ik dan ook niet zeggen.”
Ik ga ervan uit dat er in ieder geval een verschil zal zijn. Volgens het rapport van Witteveen en Bos zal er geen schade zijn aan woningen als de kans op schade kleiner is dan 1%. Maar dat is onjuist. Als de kans bijvoorbeeld 0,5% is zal 0,5% van de huizen aardbevingsschade kunnen hebben. TNO houdt wel rekening met onzekerheden en maakt daarmee niet de denkfout van Witteveen en Bos.

hdamveld@xs4all.nl'

Auteur: Herman Damveld

Herman Damveld woont in Groningen en is zelfstandig onderzoeker en publicist over energie. Vanaf 1976 houdt hij zich bezig met plannen voor ondergrondse opslag van kernafval. Hij heeft daar veel over gepubliceerd. In 1996 kwam hij ook rapporten tegen over ondergrondse opslag van CO2 en ziet veel overeenkomsten tussen hoe de overheden omgaan met kernafval en met CO2. De zonnepanelen van Damveld maken meer stroom dan hij gebruikt en hij is dus stroomproducent.

2 gedachten over “Gerommel bij het Gasberaad en bij Hans Alders”

  1. Volgens eigen rapportage van interne NAM stukken zal er geen aantoonbaar patroon te vinden zijn.
    Door de fracturen in het Groninger gasveld en de weerkaatsing van aardbevingsgolven op deze fracturen en op de onderliggende zeer harde aardlaag, het z.g. Rotliegend, is het door de interferentie van aardbevingsgolven volstrekt onvoorspelbaar welk huis op welke plaats door beschadigende bevingsgolven getroffen gaat worden.
    Het zoeken naar een patroon is dus vrijwel onmogelijk aangezien deze golven zich volledig chaotisch in de ondergrond voortplanten.
    De uitwerking van deze golven aan het aardoppervlak, daar waar onze huizen staan, is dus totaal onvoorspelbaar.

  2. Onjuiste berichtgeving door het Gasberaad
    Herman Damveld
    Het Gasberaad schreef op 22 mei een reactie op mijn artikel over onder meer de rol van de heer Wienk in de begeleidingscommissie van het rapport van Witteveen en Bos. Het Gasberaad “betreurt het beeld van onenigheid binnen het beraad”. Dat beeld heb ik volgens het beraad geschapen. Ik schreef namelijk: “Volgens een insider is Wienk “mede de oorzaak van het duperen van vele beschadigde burgers in onze provincie.” Laat ik hierover nu zo duidelijk mogelijk zijn. De insider is iemand uit de brede kring van het Gasberaad, niet iemand van buiten. Er is dus wel degelijk onenigheid binnen het Gasberaad.
    Zoals het nu op de site van het Gasberaad staat lijkt het alsof ik maar wat aangerommeld heb, maar dat is dus niet zo. Ik had daarom gevraagd om een rectificatie maar daar kreeg ik geen reactie op. Vandaar deze aanvulling.
    De afgelopen tijd krijg ik regelmatig de vraag hoeveel geld dat er omgaat bij het Gasberaad. Hans Alders heeft me op 22 mei geschreven dat de heer Wigboldus (de voorzitter van het Gasberaad) als vertegenwoordiger van Samenwerking Mijnbouwschade Groningen, jaarlijks 25.000 subsidie krijgt, “bedoeld om hem in staat te stellen tot een voorbereide inbreng te komen en zijn achterban bij zijn werk te betrekken ten behoeve van het maatschappelijk overleg.” RTV Noord maakte op 10 maart jl. bekend dat maatschappelijke organisaties die aan het Gasberaad deelnemen jaarlijks elk 25.000 euro ontvangen: Groninger Dorpen, LTO, adviesorganisatie Libau, Natuur en Milieufederatie Groningen en werkgevers- en werknemersorganisaties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *