Ministerie Economische Zaken vertelt niet de waarheid over de gaswinning

Het ministerie van Economische Zaken stelde op 17 januari: “De winning van aardgas in Groningen wordt de komende drie jaar gericht verminderd. De komende vijf jaar komt in totaal bijna 1,2 miljard euro beschikbaar voor het versterken van gebouwen, huizen en infrastructuur en om de leefbaarheid van het gebied te verbeteren. Ook wordt er geïnvesteerd in de regionale economie.”

Even verder in de brief van minister Kamp kunnen we lezen: “De totale gasproductie uit het Groningerveld wordt voor de jaren 2014, 2015 en 2016 begrensd op respectievelijk 42,5, 42,5 en 40 miljard m3”. (kabinetsbesluit).

Waarschijnlijk doelt de regering hier op een vermindering ten opzichte van de piek in de gasproductie van 53,8 miljard kuub gas vorig jaar. In feite is de geplande productie helemaal in lijn met wat eerder is afgesproken. Tot en met 2020 – dus voor de komende 7 jaar – mag de NAM volgens het vorige gaswinningsplan nog 297,3 miljard kuub produceren uit het Groningen-veld. Als we dat over gelijke porties verdelen, komen we op een productie van 42,4 miljard kuub per jaar. Dat is dus wat de regering voor dit en volgend jaar heeft vastgesteld. Een gerichte vermindering met 40% zoals het overheidsorgaan Staatstoezicht op de Mijnen (SodM, dat onder het ministerie van Economische Zaken valt) een jaar geleden noemde, komt nu helemaal niet aan de orde, want dan zou de productie niet hoger mogen zijn dan zo’n 27 miljard kuub. De regering stelt voor de productie op 5 locaties te verminderen, maar dan gaat het dus elders omhoog. Kortom, de regering vertelt de onwaarheid over de gaswinning.

Aangepaste kaart, waarop ook locaties waar méér gas gewonnen zal worden zijn aangegeven
meer-minder-gaswinning-kaart

Ook de ernst van de aardbevingen wordt niet weggenomen met dit plan van de regering. In het winningsplan van de NAM staat dat er een kans is van 10% op aardbeving sterker is dan 4,8 in de komende tien jaar. En bij 4,4 op de schaal van Richter storten volgens de NAM zwakkere gebouwen in. (Aanbiedingsbrief winningsplan Groningen 2013). Een aardbeving van 4,8 op de schaal van Richter is 16 keer zo zwaar als die in Huizinge in augustus 2012 en daarop is de kans dus 10%. De risico’s voor de bevolking worden daarom niet kleiner.

Nog een opvallend punt is de duidelijke kritiek van het SodM op het winningsplan van de NAM, dat volgens het SodM “op de meest essentiële onderdelen tekortkomingen vertoont..” Twee argumenten van het SodM: “De NAM geen adequaat inzicht geeft in de aardbevingsrisico’s”. en: “Het seismisch risico in Groningen wordt door NAM aanzienlijk onderschat”.
Daarom adviseert SodM minister Kamp niet in te stemmen met het winningsplan Groningen 2013 en stelt : “NAM sluit op zo kort mogelijke termijn van de negenentwintig beschikbare productieclusters, de vijf clusters in het meest risicovolle gebied rond Loppersum (‘t Zandt, Overschild, De Paauwen, Ten Post en Leermens), voor een periode van
ten minste drie jaar.” (Aanbiedingsbrief advies SodM).

Dat is harde en tot nu toe ongehoorde kritiek op de NAM. Ook een punt waar minister Kamp niet op inging in zijn persconferentie. De reden: minister Kamp sluit de gaswinning uit die vijf productieputten voor 80% en dus niet helemaal. Dat hij het advies van zijn eigen adviesorgaan niet opvolgt, daarover zwijgt hij blijkbaar liever.

Vorig jaar is met instemming van de regering 10 miljard kuub aardgas meer gewonnen dan gemiddeld was toegestaan aan de NAM. Dat levert de regering 2 miljard euro aan extra aardgasbaten op. De regering stelt nu 1,2 miljard euro beschikbaar aan Groningen, zodat nog 800 miljoen euro extra in de schatkist vloeit.

hdamveld@xs4all.nl'

Auteur: Herman Damveld

Herman Damveld woont in Groningen en is zelfstandig onderzoeker en publicist over energie. Vanaf 1976 houdt hij zich bezig met plannen voor ondergrondse opslag van kernafval. Hij heeft daar veel over gepubliceerd. In 1996 kwam hij ook rapporten tegen over ondergrondse opslag van CO2 en ziet veel overeenkomsten tussen hoe de overheden omgaan met kernafval en met CO2. De zonnepanelen van Damveld maken meer stroom dan hij gebruikt en hij is dus stroomproducent.