Niet alle aardbevingsschade wordt vergoed door de NAM

De NAM vergoedt niet alle schade door aardbevingen. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om schade door achterstallig onderhoud, ouderdom van een woning of zettingsschade. Dit is niet in alle gevallen terecht. Zettingsschade treedt op wanneer zettingsverschillen onder een gebouw tot een zodanige vervorming van het gebouw leiden dat de sterkte van het gebouw overschreden wordt.

aardbevingsschade-scheur-muurDe NAM vergoedt niet alle schade door aardbevingen. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om schade door achterstallig onderhoud, ouderdom van een woning of zettingsschade. Dit is niet in alle gevallen terecht. Zettingsschade treedt op wanneer zettingsverschillen onder een gebouw tot een zodanige vervorming van het gebouw leiden dat de sterkte van het gebouw overschreden wordt.

Gedupeerden die hierover klagen hebben evenwel de mogelijkheid hiertegen in beroep te gaan. Dit kan vooral bij grotere schadebedragen de moeite van het proberen waard zijn.

Bij zettingsschade kan een aantal gedupeerden samen de gang naar de rechter inzetten als er een verschil van mening is over de eindbeslissing van de NAM. Raadpleeg vooraf wel een advocaat i.v.m. een kosten-baten analyse. Gedupeerden moeten deze actie wel zelf ondernemen. Dit kan door bijvoorbeeld informatie op te vragen bij een advocaat of bij ervaringsdeskundigen.

Daarnaast zijn er overige kosten die, wanneer de bewoner er om vraagt, vergoed kunnen worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan een vergoeding voor (uren) schoonmaakkosten, derving van inkomsten tijdens herstel (maximaal €20 per uur) en tijdelijke verhuis- en verblijfkosten.

De twee belangrijkste kostenposten – achterstallig onderhoud/ouderdom woning en zettingsschade – zal ik verder toelichten.

1. Achterstallig onderhoud en/of ouderdom van de woning.

De NAM gebruikt achterstallig onderhoud – net als de ouderdom van een woning – vaak als een oneigenlijk argument om te minderen op het herstelbedrag door de bewoner deels aansprakelijk te stellen voor de geleden schade.

Dit is in tegenspraak met de uitspraak van de Hoge Raad, punten: I.5.A.a t/m I.5.A.e (HR 26 maart 2010, LJNBL0539):

“Bij het vaststellen van de omvang van de te vergoeden schade moet als beginsel worden vooropgesteld dat de schuldeiser zoveel mogelijk in de toestand wordt gebracht waarin hij zou verkeren indien het schadeveroorzakende feit (de wanprestatie, de onrechtmatige daad) achterwege was gebleven. De omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is, met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden. Doel van de schadevergoeding is immers het zoveel mogelijk brengen van benadeelde in de positie waarin hij zou hebben verkeerd indien de laedens zijn verplichtingen wel was nagekomen. Dit brengt met zich dat uitsluitend de werkelijk geleden schade moet worden vergoed; niet minder, maar ook niet meer.

Een gang aar de rechter bij een geschil over het niet vergoeden van de herstelkosten met als argument “achterstallig onderhoud en/of ouderdom van de woning”, is zeker een overweging waard als het om grotere bedragen gaat en het verschil met het aanbod van de NAM groot is.

Aardbevingsbestendige woning
Wanneer een woning door achterstallig onderhoud niet tegen een aardbeving bestand is – tenzij het dermate wrak is dat het ook door bijvoorbeeld wind ernstig zou beschadigen – ligt de plicht tot het aardbevingsbestendiger maken van een gebouw niet bij de bewoner.

Sowieso is volgens de Mijnbouwwet de NAM verplicht zoveel mogelijk aardbevingsschade te voorkomen en zal zij als preventie een gebouw aardbevingsbestendiger moeten maken.
NB. Aardbevingsbestendiger, want aardbevingsbestendig houdt in dat exact vaststaat welke kracht een woning kan verdragen, wat met de huidige kennis niet mogelijk is.

De Mijnbouwwet is hier duidelijk over in artikel 33:

“De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25, dan wel, ingeval de vergunning haar gelding heeft verloren, de laatste houder daarvan, neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de met gebruikmaking van de vergunning verrichte activiteiten:

  1. nadelige gevolgen voor het milieu worden veroorzaakt,
  2. schade door bodembeweging wordt veroorzaakt,
  3. de veiligheid wordt geschaad, of
  4. het belang van een planmatig beheer van voorkomens van delfstoffen of aardwarmte wordt geschaad.

De NAM heeft dit op 21 jan. 2013 in een brief aan het Staatstoezicht op de Mijnen opnieuw beloofd:

“NAM heeft maatregelen genomen en zal verdere maatregelen nemen die naar onze mening redelijkerwijs verwacht kunnen worden met als doel de schade door aardbevingen zo veel mogelijk te beperken.” (1)

De NAM gebruikt in deze belofte de toevoeging “naar onze mening”. Bovendien spreekt de NAM niet van “redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden”, maar van “redelijkerwijs verwacht kunnen worden”. Deze aanpassingen geven te denken.

2. Zettingsschade

Gebouwschade door zettingen treedt op wanneer zettingsverschillen onder het gebouw tot een zodanige vervorming van het gebouw leiden dat de sterkte van het gebouw overschreden wordt. Met name opstallen op een wierde of dichtbij een (vroegere) waterloop zijn gevoelig voor zettingsschade.
Wanneer een bewoner in zijn gevel scheuren ontdekt die doorlopen tot de grond, dan is de kans groot dat er scheuren zijn ontstaan in het fundament. Er kan dan sprake zijn van zettingsschade.

Door verandering in grondwaterpeil kunnen opstallen onder spanning komen te staan.

  • Op een gegeven moment kan de spanning in een gebouw te groot worden en ontstaat scheurvorming.
  • Ook een kleine beving (die niet door mensen gevoeld hoeft te worden) kan voldoende zijn om scheurvorming te veroorzaken. De schade aan de fundamenten wordt vaak niet vergoed, meestal niet eens onderzocht.
  • In het rapport “Gebouwschade Loppersum” staat duidelijk dat zettingsverschillen lokaal dusdanig groot kunnen worden dat de toelaatbare grenzen daadwerkelijk kunnen worden overschreden.

Wanneer een aantal gedupeerden samen de gang naar de rechter maakt, is er kans op een positief resultaat.

Artikel 99 van het Burgerlijk Wetboek is hier duidelijk over:
“Kan de schade een gevolg zijn van twee of meer gebeurtenissen voor elk waarvan een andere persoon aansprakelijk is, en staat vast dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is.”
In deze tekst wordt met “persoon” en “personen” evenzeer “bedrijf” of” bedrijven” bedoeld.

In het Burgerlijk Wetboek staat in de toelichting bij de risicoaansprakelijkheid, die vergaand wordt genoemd, dat de omkering van bewijslast aan de orde kan zijn als er meerdere gevallen zijn in dezelfde omgeving.

Met andere woorden: wanneer een aantal gedupeerden samen – als de NAM herstel van zettingsschade afwijst – de gang naar de rechter maakt, kan de rechter de NAM en het Waterschap de opdracht geven aan te tonen dat de schade niet het gevolg is van peilaanpassing door bodemdaling als gevolg van gaswinning.
Het is wel van belang je van te voren door een advocaat goed te laten informeren.

De Mijnbouwwet staat niet boven het Burgerlijk Wetboek. Het zijn beide wetten in formele zin. Voor wat betreft schade is het Burgerlijk Wetboek complementair aan de Mijnbouwwet. Alle civiele schade door derden geleden wordt geregeld via het Burgerlijk Wetboek. Wel is in publiekrechtelijke zin geregeld dat mijnbouw geen schade mag veroorzaken aan milieu etc. Het toezicht daarop heeft het SodM.

Hilda Groeneveld

(1) Brief NAM aan SodM, 21 jan. 2013

Voor meer informatie verwijs ik u naar een nadere toelichting op deze twee kostenposten.

Toelichting en achtergrondinformatie zettingsschade

Verantwoording, achtergrondinformatie en aanvullingen.

“Wanneer bij een pand met zettingsschade de oorzaak van de zetting wordt onderzocht moet de mogelijkheid van deze oorzaak mee worden genomen.” (2)

Onderstaande uitspraken in rood hebben als bron: het “Rapport Gebouwschade Loppersum, Deltares 2011”. (2)
Het rapport is uitgevoerd door Deltares in opdracht van de Provincie Groningen en betaald door de NAM.
Dit rapport is mede tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid en toezicht van de Stuurgroep waarin vertegenwoordigd waren: het Waterschap Noorderzijlvest, TNO/Deltares, het KNMI, de Commissie Bodemdaling Groningen, de Tcbb, de Provincie Groningen en de Gemeente Loppersum.
Bij alle vergaderingen was de Klankbordgroep Bodembeweging aanwezig maar koos er bewust voor geen deel uit te maken van deze Stuurgroep, juist om als klankbord van de bevolking onafhankelijk te kunnen opereren.

Beleid van de NAM: kwaliteit en zorgvuldigheid
Wanneer een bewoner zijn schade heeft geclaimd bij de NAM, begint de herstelprocedure. Volgens de NAM moeten gedupeerden kunnen vertrouwen op een goede schadeafhandeling. De NAM belooft afspraken te maken die passen bij ieders persoonlijke situatie. Op de site van het NAM-Platform staat d.d. mei 2014:

“Wij horen graag uw mening en ideeën zodat wij weten wat wij nog kunnen verbeteren. Daarom neemt uw NAM-contactpersoon na het afsluiten van de schademelding nog een keer contact met u op om te luisteren naar uw ervaringen. Daarnaast neemt het onafhankelijke bureau Tcbb contact met u op om te vragen hoe u de aanpak en de oplossing van de schade hebt ervaren. Met de resultaten gaan wij aan de slag om de schadeafhandeling nog verder te verbeteren.” (3)

De NAM wil graag werken aan kwaliteitsverbetering. De basis hiervan wordt volgens haar gevormd door het zorgvuldig verzamelen en documenteren van gegevens van elke melding. Zij willen elke schade als gevolg van een aardbeving tijdig en zorgvuldig afhandelen. De NAM zegt ook op haar site ten aanzien van de taxatieprocedure het volgende:

“Een schade-expert komt op afspraak bij u langs om de schade vast te stellen. Hij kijkt hierbij niet alleen naar de gemelde schade, maar ook naar mogelijk niet-gemelde of verborgen schade. De schade-expert kan besluiten om een breder bouwkundig onderzoek uit te laten voeren, wanneer dat nodig is om de exacte oorzaak van de schade vast te kunnen stellen.”

Dossiervorming door bewoner
Als de NAM pretendeert zorgvuldig te zullen handelen dan hoort het persoonlijk opgetekend verhaal van de bewoner bij het taxatiedossier te worden gevoegd. Het verhaal zou heel goed verwoord kunnen worden in de vorm van een logboek (met een checklist) dat wanneer nodig bijgehouden wordt en bij nieuwe schade opnieuw toegevoegd zou moeten worden aan het taxatiedossier. Op deze manier kan indien nodig deze persoonlijke schadehistorie een plaats krijgen in het zorgvuldig verzamelen en documenteren zoals de NAM voorstaat.
Een goede dossieropbouw kan hier goed bij helpen. Al te vaak worden data en schades vergeten.

In de MEMORIE VAN ANTWOORD (nr. 313b), ontvangen 6 september 2002 t.a.v. Schade door bodembeweging, antwoordt de minister:

“De Mijnbouwwet kent immers verschillende regelingen ter bescherming van de burger tegen schade door de bodembeweging als gevolg van mijnbouwactiviteiten. In de eerste plaats kan worden gewezen op de risicoaansprakelijkheid van de mijnbouwondernemer voor deze schade (artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 177). Dit betekent dat de gelaedeerde burger niet de onrechtmatigheid van de mijnbouwactiviteiten en de schuld van de mijnbouwondernemer hoeft te bewijzen. Hij hoeft slechts aannemelijk te maken dat hij schade heeft geleden en dat die schade is veroorzaakt door de mijnbouwactiviteiten.” (hst.11) (4)

De vraag om het eigen schadedossier van de gedupeerde aan het taxatiedossier toe te voegen is aan de NAM gesteld, maar ze weigerde dit. Het verweer van de NAM was dat de taxateur zal noteren hetgeen de claimant vertelt.

Deze weigering kan gevolgen hebben:

  • Niet iedere gedupeerde weet dat het noteren van feiten een mogelijkheid is, heeft geen weet van de waarde van zijn visie en/of weet ook niet hoe iets dergelijks verwoord moet worden. De stapeling van effecten van de bevingen wordt bijvoorbeeld niet nauwkeurig bijgehouden. Hij wordt door de NAM/taxateurs/contactpersoon over het algemeen sowieso te weinig gewezen op zijn rechten of persoonlijk begeleid. De contactpersoon staat vaak te veel op afstand en is niet onafhankelijk.
  • De claimant moet iedere keer wanneer het taxatierapport aangepast wordt, controleren of zijn visie op de zaak juist is weergegeven en niets vergeten is.
  • Er ligt geen persoonlijk schadedossier als onderlegger bij gevolgschade.
  • Wanneer een gedupeerde een juridische procedure wil opstarten, heeft hij geen officieel document achter de hand waarin zijn persoonlijke visie over de ervaring van de beving, de historie van de ervaringen, de oorzaak van de schade, welke schade, maatregelen waartegen hij bezwaar maakt, enz. staat genoteerd.

Het opbouwen van een eigen schadedossier ondersteunt de gedupeerde bij het aannemelijk maken dat de geleden schade is veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten.
Het protocol van de NAM heeft bovendien juridisch gezien nog steeds geen enkele status, tenzij de andere partij ermee instemt. Iedereen kan dus met evenveel recht als de NAM betogen dat het er in thuishoort. Het is immers de visie van de getroffene. Weigert de NAM het, dan komt dat aan de orde bij het terugsturen van het antwoordformulier voor akkoord. Immers als de visie van de bewoner niet omgezet is in schade door aardbeving veroorzaakt, dan kan hij opmerken dat het akkoord is onder de ontbindende voorwaarde dat het niet akkoord is als niet het eigen schadedossier wordt meegenomen.

Bij elke taxatie waarbij in het rapport ‘zettingsschade’ staat vermeld en niet onderzocht wordt kan de gedupeerde dus:

  1. Verwijzen naar het rapport “Gebouwschade Loppersum, Deltares 2011 (zie de citaten hieronder).
  2. Vertellen over zijn eigen ervaringen (persoonlijk opgetekend verhaal/visie/checklist) en eisen dat dit persoonlijk schadedossier bij het taxatiedossier wordt toegevoegd.

0-optie
De NAM heeft tijdens een overleg waar o.a. ik bij aanwezig was, gezegd: “Bewoners kunnen hun taxatierapport als 0-optie beschouwen.

Een taxatie door de taxateur evenwel is onvolledig, vaak alleen gericht op zichtbare schade en zeker niet als een officiële 0-optie serieus te nemen. Daarnaast vindt ook geen controle plaats na afloop van de herstelwerkzaamheden.
De gedupeerde kan deze omissie toevoegen bij zijn persoonlijk dossier.

Overschrijding van toelaatbare grenzen en onafhankelijk onderzoek
Over zettingsschade staat een aantal interessante zinnen in het rapport Gebouwschade Loppersum. Bijvoorbeeld dat zettingsschade als gevolg van trillingen en peilcorrecties als gevolg van bodemdaling door gaswinning wel degelijk kan voorkomen:

Lokaal kunnen deze zettingsverschillen dusdanig groot worden dat de toelaatbare grenzen daadwerkelijk worden overschreden. Uit de beschikbare rapporten blijkt dat in het beheersgebied van het Waterschap Noorderzijlvest de vastgestelde maatregelen voor het waterbeheer worden getoetst met betrekking tot de zetting. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de meest recente ondergrond- en hydrologiemodellen. Deze studies geven geen uitsluitsel over de effecten op individuele gebouwen. Daarvoor moeten de lokale eigenschappen van gebouw, fundering en ondergrond bekend zijn. Op plaatsen waar de in de studies voorspelde zettingsverschillen de toelaatbare grenzen niet overschrijden kan er door een lokale afwijking van de eigenschappen toch een dergelijke situatie optreden.

Opmerkelijk genoeg is nog steeds geen onafhankelijk onderzoek gedaan naar de huidige daadwerkelijke schade, noch als gevolg van aardbevingen noch als gevolg van bodemdaling door gaswinning. Kennelijk bestaat zulk onderzoek niet. Gelden voor echt onafhankelijk onderzoek zijn niet beschikbaar.

Zettingsschade en de Commissie Bodemdaling Groningen
De NAM zegt op haar website dat huizen en gebouwen over het algemeen geen last hebben van bodemdaling. Wel dat bodemdaling op de lange termijn invloed kan hebben op de grondwaterstanden. Dat daarom een Bodemdalingsfonds in het leven is geroepen waaruit de aanleg van gemalen, dijken en andere maatregelen om de gevolgen van bodemdaling te beheersen, betaald wordt.

Voor particulieren is de gang naar de Commissie Bodemdaling een weinig aantrekkelijke route. De volgens NAM en Mijnbouw Groningen onafhankelijke Commissie Bodemdaling vertelt op haar site dat 8 particulieren zich in 2012 gemeld hebben met schade aan hun woning in verband met de bodemdaling door aardgaswinning. Geen van deze particulieren heeft schriftelijk verzocht om behandeling door de Commissie. De Commissie is van mening dat er geen causaal verband is tussen de opgetreden bodemdaling en de gemelde schade aan de woningen. Ze schrijft op haar site dat doordat de bodem zeer gelijkmatig over een groot oppervlak daalt het mogelijk is om de waterpeilen de bodemdaling te laten volgen. Dat de waterschappen daartoe al een groot aantal maatregelen hebben getroffen en dat door deze aanpassing van de waterpeilen schade wordt voorkomen. (5)

In het Winningsplan van de NAM d.d. 2013 staat:

“Omdat bodemdaling een geleidelijk en gelijkmatig verloop heeft, wordt geen directe schade aan infrastructuur verwacht. Niet uitgesloten is echter dat de bodemdaling gevolgen kan hebben voor het normale beheer en het onderhoud van waterkeringen en waterlopen.” (6)

Wanneer bodemdaling gevolgen kan hebben voor het onderhoud van waterkeringen dan is het onverklaarbaar dat opstallen geen schade kunnen lijden, helemaal wanneer uit onderzoek blijkt dat schade aan gebouwen door verandering van grondwaterstanden als gevolg van peilverandering n.a.v. gaswinning wel degelijk mogelijk is.

Indien volgens het rapport Gebouwschade Loppersum – waar de Commissie Bodemdaling Groningen mede verantwoordelijk voor gehouden kan worden – diverse keren wordt genoemd dat zetting van gebouwen voornamelijk door lokale omstandigheden wordt bepaald, dan is het onbegrijpelijk dat deze Commissie met de zin “door de aanpassing van de waterpeilen wordt schade voorkomen”, de NAM steunt in haar uitspraak:

“omdat bodemdaling een geleidelijk en gelijkmatig verloop heeft, wordt geen directe schade aan infrastructuur verwacht.” (6)

Dat hier alleen sprake is van infrastructuur en geen opstallen genoemd worden, geeft sowieso te denken.

Peilverandering door bodemdaling als gevolg van gaswinning
In het rapport “Gebouwschade Loppersum, Deltares 2011 blijkt dat lokale effecten wel degelijk kunnen optreden. (2)
“Peilvakken kunnen echter om praktische en beheerstechnische redenen niet te veel versnipperen en daardoor ontstaan er binnen de peilvakken plekken waar de peilcorrectie ten opzichte van de bodemdaling te groot of te klein is.”

“Doordat de bodem geleidelijk en in een groot gebied daalt, ontstaat geen directe schade aan gebouwen. De genomen maatregelen stellen de waterschappen in staat de waterpeilen aan te passen aan de opgetreden bodemdaling. In een aantal grotere watersystemen is het niet mogelijk om de waterpeilen overal exact aan te passen aan de bodemdaling omdat binnen deze watersystemen de daling van de bodem niet overal even groot is. Hierdoor is op een aantal plaatsen sprake van een verhoging of verlaging van de waterpeilen. Op grond van bestaand onderzoek en opgedane ervaringen worden de maatregelen zodanig uitgevoerd dat geen schade aan gebouwen te verwachten is. Locale effecten kunnen mogelijk wel optreden

“Met name de relatieve peilverlaging kan in lokale zettingen van de ondergrond onder de gebouwen resulteren.
Voordat de peilverlaging aan de bodemdaling is aangepast is er een hoger waterpeil aanwezig dan voorheen. Een (tijdelijk) hoger waterpeil kan ook zakkingen van de fundering veroorzaken, in geval de fundering een marginale veiligheid heeft, doordat de draagkracht van de grond wijzigt.
Door het nemen van de compenserende maatregel van de peilverlaging wordt dit fenomeen zo goed als uitgesloten.”

“Zoals aangegeven in paragraaf 5.2.3 resulteren zowel een peilverhoging als een peilverlaging in zettingen in de ondergrond. Voor gebouwen die zijn gefundeerd op palen die tot in de draagkrachtige zandlaag steken resulteert dit niet in zakkingen van het gebouw en dus ook niet in schade. Voor de overige gebouwen is het al dan niet optreden van schade afhankelijk van de homogeniteit van de ondergrond. Indien sprake is van een homogene, stevige ondergrond, is de zakking van het gebouw in het algemeen gelijkmatig, waardoor er geen schade zal ontstaan. Bij een inhomogene ondergrond of een ondergrond met een slappe, sterk samendrukbare laag kunnen ongelijkmatige zakkingen over het gebouw resulteren in scheefstand en/of scheurvorming.

“Uit de beschikbare rapporten blijkt dat in het beheersgebied van het Waterschap Noorderzijlvest de vastgestelde maatregelen voor het waterbeheer worden getoetst met betrekking tot de zetting. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de meest recente ondergrond- en hydrologiemodellen. Deze studies geven geen uitsluitsel over de effecten op individuele gebouwen. Daarvoor moeten de lokale eigenschappen van gebouw, fundering en ondergrond bekend zijn. Op plaatsen waar de in de studies voorspelde zettingsverschillen de toelaatbare grenzen niet overschrijden kan er door een lokale afwijking van de eigenschappen toch een dergelijke situatie optreden.

“Het handhaven van een ontwateringsdiepte door peilbeheer leidt tot het inklinken van de bodem en in het geval van veen tot oxidatie. Bij peilverlagingen kan lokaal hierdoor schade aan ondiep gefundeerde gebouwen en infrastructuur ontstaan. Wanneer het peil aangepast (verlaagd) wordt om de relatieve peilstijging door gasdaling te compenseren kan dit lokaal (initieel) leiden tot relatieve peilverlaging.

Ongelijkmatige zakkingen
“Bij een inhomogene ondergrond en/of drukverdeling kunnen ongelijkmatige zakkingen over het gebouw resulteren in scheefstand en/of scheurvorming. Hoewel geen onderzoek beschikbaar is waarin dit aspect geïnventariseerd is, kan niet worden uitgesloten dat in een deel van de gemelde schadegevallen een deel van de verschilzetting toe te schrijven is aan dit fenomeen. Wanneer bij een pand met zettingsschade de oorzaak van de zetting wordt onderzocht moet de mogelijkheid van deze oorzaak mee worden genomen.

NB: Toelaatbare verlaging grondwaterstand en waterpeil volgens de Commissie Bodemdaling:
De toelaatbare verlaging van de grondwaterstand in centimeters is bij:

  • Zand: 24 cm (toelaatbare verlaging waterpeil 30 cm)
  • Klei: 10 cm (toelaatbare verlaging waterpeil 20 cm)
  • Veen met kleidek: 7 cm (toelaatbare verlaging waterpeil 10 cm)

bodemdaling-drachtenRelatieve pijlverlaging
Het is bekend dat het mogelijk is om nauwkeurige kaarten te maken met contouren rondom meetpunten waar relatieve daling plaatsvindt.

Zie fig. 1.

Bron: BODEMDALING TIETJERK-DRACHTEN 1970-2008 (7)

Indirecte zettingsschade door trillingen
Liquefaction (vervloeien en verdichten van de ondiepe ondergrond door trillingen)
komt op verschillende plaatsen voor, maar wordt niet of nauwelijks onderzocht bij zettingsschade, hoewel in het winningsplan van de NAM staat dat verweking de sterkte van de bodem vermindert wat kan leiden tot verzakking van de fundering van gebouwen of infrastructuur, of afschuiving van een talud.

Nawoord

Ik heb mijn uiterste best gedaan hebt om de tekst zorgvuldig op te stellen door het onder andere aan verschillende specialisten voor te leggen, maar ben desondanks niet aansprakelijk voor eventuele mogelijke gevolgen die door het gebruik van de tekst kunnen ontstaan.

Korte lijst met conclusies uit het rapport “Gebouwschade Loppersum, Deltares 2011”

    Lokale omstandigheden

  1. Lokaal kunnen deze zettingsverschillen dusdanig groot worden dat de toelaatbare grenzen daadwerkelijk worden overschreden.
  2. Omdat zetting van gebouwen voornamelijk door lokale omstandigheden wordt bepaald is het niet mogelijk om over individuele gebouwen uitspraken te doen.
  3. Op grond van bestaand onderzoek en opgedane ervaringen worden de maatregelen zodanig uitgevoerd dat geen schade aan gebouwen te verwachten is. Locale effecten kunnen mogelijk wel optreden.
  4. Op plaatsen waar de in de studies voorspelde zettingsverschillen de toelaatbare grenzen niet overschrijden kan er door een lokale afwijking van de eigenschappen toch een dergelijke situatie optreden.
  5. Bij een inhomogene ondergrond of een ondergrond met een slappe, sterk samendrukbare laag kunnen ongelijkmatige zakkingen over het gebouw resulteren in scheefstand en/of scheurvorming.
  6. Peilbeheer

  7. Een (tijdelijk) hoger waterpeil kan ook zakkingen van de fundering veroorzaken, in geval de fundering een marginale veiligheid heeft, doordat de draagkracht van de grond wijzigt.
  8. Peilvakken kunnen echter om praktische en beheerstechnische redenen niet te veel versnipperen en daardoor ontstaan er binnen de peilvakken plekken waar de peilcorrectie ten opzichte van de bodemdaling te groot of te klein is.
  9. In een aantal grotere watersystemen is het niet mogelijk om de waterpeilen overal exact aan te passen aan de bodemdaling omdat binnen deze watersystemen de daling van de bodem niet overal even groot is.
  10. Een (tijdelijk) hoger waterpeil kan ook zakkingen van de fundering veroorzaken, in geval de fundering een marginale veiligheid heeft, doordat de draagkracht van de grond wijzigt.
  11. Liquefaction

  12. Door trillingsverdichting van losgepakte zandige lagen kan ter plaatse van ondiepe funderingen een ongelijkmatige zetting optreden.
  13. Verdichting of vervloeiing van losgepakte zandlagen mag als (gedeeltelijke) oorzaak van zettingsschade niet worden uitgesloten. Bij onderzoek naar de oorzaak van schade bij een gebouw dient dit meegenomen te worden.
  14. Wanneer bij een pand met zettingsschade de oorzaak van de zetting wordt onderzocht moet de mogelijkheid van deze oorzaak mee worden genomen.
  15. Hoewel dit verschijnsel nog niet waargenomen is kan niet worden uitgesloten dat het bij zettingsschade een rol speelt. Geadviseerd wordt om bij onderzoek naar de oorzaken van zettingsschade bij een bepaald pand de mogelijkheid van voorkomen van lagen die gevoelig
    zijn voor vervloeiing of verdichting in het onderzoek mee te nemen”.

Bronnen

1 Brief NAM aan SodM, 21 jan. 2013
2 Rapport Gebouwschade Loppersum, Deltares 2011
3 NAM-Platform.nl, Schadeafhandeling stap voor stap
4 26 219 Regels met betrekking tot het onderzoek naar en het winnen van delfstoffen en met
betrekking tot met de mijnbouw verwante activiteiten (Mijnbouwwet). Memorie van antwoord,
6-9-2002
5 Website Commissie Bodemdaling, Gevolgen bodemdaling
6 Winningsplan – Groningen – wijziging 2013
7 Ir. A.P.E.M. Houtenbos, BODEMDALING TIETJERK-DRACHTEN 1970-2008

Auteur: Hilda Groeneveld

Hilda Groeneveld woont in Middelstum. Zij heeft in 2007 een klankbordgroep Bodembeweging opgericht die in de jaren daarna als klankbord van de bevolking het rapport “Gebouwschade Loppersum” kritisch mocht volgen. Van okt. 2009 tot april 2013 is zij secretaris van de ver. Groninger Bodem Beweging geweest.

Eén gedachte over “Niet alle aardbevingsschade wordt vergoed door de NAM”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *