Kernafvalvat ontploft door kattenbakvulling

Door 26 kilo kattenbakvulling in een vat met kernafval is dit vat in februari 2014 ontploft. Dat heeft het Amerikaanse ministerie van Energie de vorige week meegedeeld. Het gaat om radioactief afval in de opslagmijn WIPP (Waste Isolation Pilot Plant) in New Mexico.

Kattenbakvulling absorbeert vocht en neutraliseert nitraatzouten in kernafval. Het vulmateriaal van het merk SwheatScoop is gemaakt van tarweproducten die een exotherme reactie geven met nitraatzouten, waarbij gassen ontstaan. De warmte en de gevormde gassen verhoogden de druk in het vat zodat het deksel eraf knalde en er onder meer plutonium vrijkwam in de buitenlucht.

In 1957 pleitte de Amerikaanse Academie van Wetenschappen voor berging van radioactief afval in zout. De Atoom Energie Commissie ontwikkelde plannen in die richting. In 1963 werd begonnen met proefboringen in zout bij Lyons in de staat Kansas. Dat leverde ongunstige resultaten op, waarop men op andere plaatsen in zout ging boren. Ook zonder succes.

Het diepgelegen zout bestaat uit zoutlagen, waarbij op breukvlakken zoutkoepels naar boven zijn gekomen. Zoutkoepels hebben een ingewikkelder structuur dan zoutlagen, zodat het lastigere is om de veiligheid te bewijzen. Daarom besloot de overheid in 1985 zoutkoepels van de lijst te schrappen. Onder zoutlagen zitten vaak voorraden gas of olie. In de toekomst zou men bij onderzoek naar gas onbedoeld vaten met kernafval kunnen aanboren. Toekomstige generaties moeten gewezen worden op deze risico’s. Daar wilde de regering concrete plannen voor laten uitwerken. Tevens maakt de overheid onderscheid tussen kernafval van kernwapens en kernafval van de productie van elektriciteit uit kerncentrales. In een zoutlaag is de opslag van laag- en hoogradioactief afval uit kerncentrales voor de elektriciteitsproductie nadrukkelijk verboden. Wel mocht er 175.600 m3 radioactief afval van de kernwapenproductie naartoe.

Gegeven deze politiek heldere randvoorwaarden, viel het oog op de zoutlaag bij Carlsbad in New Mexico. De opslagmijn op 655 meter diepte heeft de naam WIPP (Waste Isolation Pilot Plant) gekregen. De berging zou aanvankelijk beginnen in 1988, maar omdat er water in de mijn lekte kon de opslag eerst in maart 1999 starten. Er ligt nu zo’n 91.000 m3 afval, zoals kleren en apparatuur die besmet zijn met plutonium, verpakt in stalen vaten met beton eromheen.

WIPP is wereldwijd de enige ondergrondse mijn in zout waar daadwerkelijk radioactief afval opgeborgen wordt. Zout is plastisch en beweegt bij WIPP 7,5 tot 15 centimeter per jaar en sluit zo als het ware vanzelf de vaten af van de omgeving. Terughalen van de vaten is dan vrijwel onmogelijk.

De berging in WIPP verliep tot 14 februari 2014 vrijwel zonder problemen. Toen is er namelijk een kleine dosis plutonium en americium gemeten in de omgeving van de opslagmijn. Op 1 mei 2014 waren werknemers in beschermende kledij voor het eerst in de mijn bij de vaten die recentelijk waren opgeborgen, maar ze hebben de bron van de lozing niet ontdekt. Dat gebeurde pas in maart 2015.

Filters hadden ervoor moeten zorgen dat er geen plutonium naar buiten kon komen, maar die hebben het niet gedaan. De filters worden vervangen. In laboratoria vindt onderzoek plaats naar methoden om de radioactieve stoffen en zout te scheiden en zo de mijngangen weer goed bruikbaar te maken. Daarom kan de berging op z’n vroegst over een jaar of twee weer starten.

Gezien deze gebeurtenissen staat de regering van New Mexico een geplande uitbreiding van WIPP met ook radioactief afval van kerncentrales niet toe. Daarmee komt de eindberging van alle soorten radioactief afval in de VS weer op de agenda.

Bronnen:
http://www.cardnm.org/backfrm_a.html
http://www.wipp.energy.gov/wipprecovery/recovery.html

Credit afbeelding: Ocdp Creative Commons

hdamveld@xs4all.nl'

Auteur: Herman Damveld

Herman Damveld woont in Groningen en is zelfstandig onderzoeker en publicist over energie. Vanaf 1976 houdt hij zich bezig met plannen voor ondergrondse opslag van kernafval. Hij heeft daar veel over gepubliceerd. In 1996 kwam hij ook rapporten tegen over ondergrondse opslag van CO2 en ziet veel overeenkomsten tussen hoe de overheden omgaan met kernafval en met CO2. De zonnepanelen van Damveld maken meer stroom dan hij gebruikt en hij is dus stroomproducent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *